Mark Meeuwenoord
Waarom ben ik gaan motor rijden?
Om heel eerlijk te zijn heeft het bij mij best lang geduurd voordat ik ongeneselijk het motorvirus te pakken kreeg. Als ik nu terug kijk naar alle voortekenen was het meer dan logisch dat het zou gebeuren, maar daar kom je natuurlijk achteraf pas achter.
Sinds jongs af aan was ik helemaal weg van auto’s. Er ging geen dag voorbij zonder dat ik over die dingen sprak. Sterker nog, als ik mijn ma moet geloven kon ik vanaf mijn 2e al de alledaagse automerken van elkaar onderscheiden. Ik had dus sowieso al benzine als bloed. Toen ik een jaar of 14 was fietste ik bewapend met mijn camera de boulevard van Noordwijk af, in de hoop om een aantal dikke sportwagens te kunnen fotograferen. Maar elke felrode of gifgroene tweewieler kreeg ook volop mijn aandacht. Helemaal als ik een aantal minuten later 10.000 toeren per minuut de snelweg hoorde aanvallen.
Tijdens mijn eerste studiejaar begon ik na te denken. Alle nieuwe auto’s vond ik eigenlijk niet meer zo mooi of leuk als vroeger. De leukere auto’s werden duurder en duurder, de verzekering voor een beginnend bestuurder is niet te betalen.
Kortom, alles wat ik als probleem aanzag had als oplossing de motor. Hiernaast had ik te maken met nog een erg invloedrijke factor. Iemand die mij wellicht stiekem onbewust heeft gehersenspoeld. Ik kan niet over motoren praten zonder deze man te noemen: Mijn opa. Alle verhalen die hij mij vertelde over de avonturen die hij meemaakte vond ik geweldig om aan te horen. Daarnaast werden we vroeger als we op visite kwamen altijd hartelijk verwelkomd door zijn rode BMW K1100 RS.
In 2023 was ik dan eindelijk geslaagd voor mijn rijbewijs. Met code 80 op zak ging ik direct opzoek naar een motor. Het hele land heb ik doorzocht om iets te vinden wat mij geschikt leek voor dat ene seizoentje. In een dorp 10 minuten bij mij vandaan zag mijn vader iets staan. Een felrode Suzuki GSX600F uit 1990. Na een proefritje dacht ik eigenlijk: “Fuck it. Het is maar voor één seizoen en het is geen verkeerd ding. Niet te moeilijk doen.” Spoiler alert: bij dat ene seizoentje is het niet gebleven. Man, wat vind ik dat ding geweldig.
